“Alleen levend kan je handelen.” Op de Vredesconferentie, die begin augustus in Cotonou plaatsvond, echoot die uitspraak bijzonder krachtig. Vakbondslieden uit verschillende Europese en Afrikaanse landen scharen zich rond de tafel en delen hun zeer uiteenlopende realiteiten met elkaar. Op veel plaatsen in de wereld gaat het er bijzonder hard aan toe: werknemers worden ontvoerd, dorpen worden platgebrand en werkplekken transformeren in gevarenzones.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van Syndicats Magazine en wordt hier integraal hernomen.

“Alleen levend kan je handelen”

Zonder vrede en veiligheid zijn waardig werk en sociale vooruitgang onmogelijk te bewerkstelligen. Vanuit die gedachte, en in de marge van het Wereld Sociaal Forum, werd in Cotonou een vredesconferentie georganiseerd door het Internationaal Vakverbond (IVV) en CSA-Bénin. Een bijkomende centrale vraagstelling: welke rol kunnen vakbonden spelen in het bereiken van die vrede?

Anselme Amoussou, algemeen secretaris van CSA-Bénin, zoekt het antwoord bij een bredere opvatting van vakbondswerk. “Vakbondswerk wordt nog te vaak uitsluitend in verband gebracht met de strijd voor betere verloning. Onze missie is echter zoveel meer dan dat. We beschermen de menselijke waardigheid, bevorderen sociale rechtvaardigheid en ijveren voor vrede. We willen een rechtvaardig maatschappijmodel tot stand brengen. Vakbondsorganisaties kunnen dus niet aan de zijlijn blijven staan.”

Afwezigheid van oorlog is nog geen vrede

Expédit Ologou, politicoloog en onderzoeker, legt uit hoe vrede een gelaagd begrip is. “Vrede is niet hetzelfde als de afwezigheid van oorlog. Met andere woorden: het feit dat er in een land geen oorlog woedt, betekent nog niet dat burgers daarom ook een veilig en vreedzaam bestaan leiden. De Fulani (een etnische bevolkingsgroep uit de Sahel) omschrijven vrede als een toestand waarin de samenleving gezond is op het vlak van veiligheid, economie en sociale omstandigheden. Menselijke veiligheid veronderstelt dat burgers gevrijwaard zijn van angst, schaarste en onwaardigheid.”

Het verdedigen van sociale rechtvaardigheid en van de rechten en waardigheid van werknemers vormt de kern van de vakbondsstrijd, waardoor de link met het ijveren voor vrede meteen logisch wordt. En in een wereld die in sneltempo verandert, speelt internationale solidariteit een cruciale rol. “We moeten bruggen bouwen, ervaringen uitwisselen en samen in actie schieten.”

Eric Manzi van IVV-Afrika beschrijft hoe vraagstukken rond vrede en democratie een rechtstreekse impact hebben op de arbeidsomstandigheden van werknemers. “We moeten verder gaan dan de klassieke vakbondsagenda. Oorlogen en conflicten vernietigen infrastructuur en werkplekken.” In dergelijke situaties worden werknemersrechten vaak met de voeten getreden en moeten ook de vakbonden zelf in een onzekere context opereren.

“Naar het werk zonder zekerheid dat je terugkeert”

Verschillende werknemers en vakbondsverantwoordelijken getuigden over de realiteit op het terrein.

In Niger vertelt Sani Aïssatou Garba, juriste, contactpersoon voor migrerende werknemers in Niger en voorzitter van het vrouwencomité van USTN, over ontruimde dorpen, ontvoeringen, moorden en vakbondsorganisaties die werknemers in de meest afgelegen gebieden niet langer kunnen bereiken. “Naar je werk vertrekken zonder zekerheid dat je ’s avonds heelhuids terugkeert. Dat is vandaag de situatie in Niger. En alleen levend kan je handelen voor een betere toekomst.”

De onveiligheid is groter op het platteland dan in de steden. Sommige werkplekken bevinden zich in gebieden waar terroristische groeperingen actief zijn. Werknemers in het onderwijs, de gezondheidszorg of de ontwikkelingssector worden rechtstreeks geconfronteerd met deze realiteit. Vakbondswerk is er bijzonder moeilijk.

Mohamed Traoré, vakbondssecretaris en lid van het uitvoerend bureau van vakbond UNTM, beschrijft hoe de veiligheidscrisis in Mali het vakbondswerk beïnvloedt. In 2023 werd een werknemersvertegenwoordiger ontvoerd en vermoord door een terroristische groepering. Meer recent, op 4 juni, werd een andere vakbondsleider ontvoerd. Hij werd uiteindelijk vrijgelaten dankzij een goede communicatielijn tussen de vakbondscentrale en de autoriteiten.

Bovenop de veiligheidscrisis komt een energiecrisis. Bedrijven hebben de deuren gesloten of hun personeelsbestand ingekrompen. In de grensregio’s stapelen de problemen zich op. “De mensen lijden. Het zijn de werknemers die de gevolgen dragen van de veiligheidscrisis waarin Mali zich momenteel bevindt.”

Sluitende grenzen, verdwijnende jobs

Uiteraard worden niet alle landen die in Cotonou vertegenwoordigd zijn met dezelfde situaties geconfronteerd.

Africain Biraboneye, algemeen secretaris van CESTRAR in Rwanda, wijst erop dat ook het conflict met de Democratische Republiek Congo rechtstreekse gevolgen heeft voor werknemers. Dat conflict verhindert overigens niet dat er banden blijven bestaan tussen de bevolking en zelfs tussen de vakbonden van beide landen. In Cotonou omschrijven de Rwandese en Congolese vakbondsmensen zichzelf als “tweelingbroers”. “Het is een conflict van multinationals, niet van de bevolking”, voegt hij daaraan toe. Dagelijks steken mensen de grens over om te gaan werken. Wanneer die grens sluit, verdwijnen jobs en inkomens.

Fidèle Kiyangi, voorzitter van CSC-Congo, bevestigt dat. Hij beschrijft een bijzonder moeilijke veiligheidssituatie in het oosten van de DRC, met zware menselijke, economische en ecologische gevolgen. Bevolkingsgroepen worden gedwongen te vluchten en het economisch weefsel van het land krijgt harde klappen te verduren.

Achter de gesprekken over vrede en veiligheid keert dus steeds dezelfde realiteit terug: werknemers betalen de rekening. Soms met hun leven.

 

De vakbond moet “mee met zijn tijd”

Volgens Expédit Ologou dwingen die ontwikkelingen vakbondsorganisaties er ook toe om na te denken over hun eigen werking en over hoe ze zelf actie kunnen ondernemen. Eisen stellen blijft uiteraard onmisbaar. Maar volgens hem volstaat dat niet langer. In gebieden waar de veiligheid niet gegarandeerd is, komt ook de machtspositie van de vakbond zelf onder druk te staan.

Vakbonden moeten daarom nieuwe manieren ontwikkelen om te handelen en “leren welke plaats ze kunnen innemen bij de totstandkoming van het overheidsbeleid en hoe ze dat kunnen doen”. Dat vergt onder meer expertise en lobbywerk. Juist daarom is het belangrijk dat vakbondsorganisaties zelf beschikken over onderzoekers en experts die dergelijk lobbywerk mee kunnen sturen. Vakbonden moeten ook durven “zich met politiek te bemoeien”, zonder zich daarom aan een politieke partij te verbinden.

“Wanneer crisissen uitbreken, kunnen rechten snel tussen haakjes worden geplaatst. En dat gebeurt niet alleen in landen die officieel in oorlog zijn.”

Veiligheid wordt ook vaak als excuus gebruikt om bepaalde vrijheden in te perken. In staten die autoritairder worden, moeten vakbonden daarom juist extra hun legitimiteit proberen te verankeren. Die realiteit beperkt zich niet tot de grenzen van het Afrikaanse continent.

Anselme Amoussou vat de uitdaging voor een internationale vakbondswerking samen in één formulering: “De vakbond moet met zijn tijd meegaan. Toch blijven we oude wapens gebruiken. En dat werkt niet: we gaan van mislukking naar mislukking.”

Solidariteit op dezelfde schaal als kapitaal

Die noodzaak om zich aan te passen aan de tijd en aan de wereld geldt overal. Voor Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, begint de vaststelling bij de manier waarop de economie zelf georganiseerd is. “Kapitaal is internationaal. De productieketens zijn globaal. Het is tijd dat ook de solidariteit dat wordt, op dezelfde schaal. Die trein mogen we niet missen.”

Dat betekent niet dat Europese vakbondsorganisaties een model zouden hebben dat elders moet worden ingevoerd. Integendeel. “Wij hebben niemand lessen te geven. De contexten verschillen, maar onze strijd komt samen. Soms zijn de gelijkenissen zeer sterk. We moeten van elkaar blijven leren.”

Verschillende contexten dus, maar allemaal stellen ze op hun eigen manier machtsverhoudingen, de rechten van werknemers en het vermogen van de vakbond om invloed uit te oefenen op beslissingen in vraag.

Voor Bert Engelaar betekent dat ook dat vakbonden het politieke karakter van hun optreden moeten durven erkennen. “Natuurlijk bedrijven vakbonden politiek”, benadrukt hij. “De vakbond is een tegenmacht – soms de enige tegenmacht – maar moet ook in staat zijn om met politieke verantwoordelijken in gesprek te gaan om zijn eisen vooruit te helpen.”

De andere hefboom is het werkveld zelf, dat nooit uit het oog mag worden verloren. “Het ergste wat ons kan overkomen, is dat werknemers zich niet langer herkennen in onze organisaties. We moeten luisteren, elkaar ontmoeten en weten wat mensen werkelijk nodig hebben. Zowel op internationaal niveau als in onze eigen buurten.”